17 Maart 1945

 

Onderstaand verhaal is een beschrijving van de gebeurtenissen in Doniaga tijdens de tweede wereld oorlog van 15 tot 17 maart 1945, vlak voor de bevrijding....

Door de ligging en de vertrouwde bevolking, tilde het in Doniaga op van de onderduikers, zo ook bij Michiel en Sytske Schotanus. In het belang van het verzet werd zo nu en dan illegaal geslacht in de schuur van Schotanus.

Op donderdag 15 maart 1945 had veearts Pier Koopmans, gemeentelijke commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten(NBS), een koe afgeleverd die door slachter Frans Spijkerman geslacht moest worden. Met de onderduiker Rienk Cloo en de NBS'er Jan Dijkstra was hij hiermee bezig, toen er zomaar twee mannen in Duitse uniformen om de boerderij liepen. Revieroberwachtmeister Friedrich Platt en een nederlandse unterwachtmeister Foppe Kootstra dienden de Wasserschutzpolizei in Lemmer. Zij waren door hun collega's om eten uitgestuurd en met de honger in de hals waren ze ver van hun basis afgedwaald.

Toen ze bij Schotanus door de ramen keken zagen ze de geslachte koe hangen. Hoewel dit een illegale slachting betrof, was het de matrozen eerder om het stuk vlees te doen dan om het vergrijp op zich.

Maar zoiets kon niet worden doorgegeven aan de sicherheitsdienst. Voor de matrozen een heel dilemma.

In een zenuwachtige sfeer werd heel wat heen en weer gepraat. Schotanus zelf was niet thuis, maar er waren intussen wel twee andere NBS'ers bijgekomen, zij hadden blijkbaar onraad geroken.

Ze hebben de mannen wijsgemaakt dat het geen illegale slachting was, maar dat de papieren nog in St. Nyk waren. Deze zouden de papieren wel ophalen. Toen de beide NBS'ers weer onderweg waren om de zogenaamde papieren op te halen, zijn ze naar hun commandant Pier Koopmans gefietst om raad te vragen.

Ondertussen op de boerderij werden Platt en Kootstra behoorlijk wantrouwig. Ze lieten Spijkerman het vlees in zakken doen, legden het op de fiets, en met z'n drieën zijn ze lopend richting Follega gegaan.

Toen Cloo en Dijkstra bedachten wat er kon gebeuren wanneer Spijkerman onder druk zou doorslaan, raakten ze in paniek. Spijkerman moest bevrijd worden. Ze hebben onmiddelijk de achtervolging ingezet.

Toen Platt en Kootstra de beide, met wapens uitgeruste mannen zagen aankomen, zijn ze elk een kant uitgegaan. Kootstra vluchtte het land in tegenover de boerderij van Schotanus en werd achterna gezeten door Cloo. Hij was al verwond door een kogel maar hij verweerde hem nog altijd fel. Halverwege de 'tramdyk' heeft Cloo hem met een paal de hersens ingeslagen.

Platt, die richting Follega vluchtte, werd door Dijkstra bedreigd. Er werd in het rond geschoten maar steeds niet raak. Op het hoogtepunt van de strijd kwam er een meid aanfietsen. De duitser heeft de fiets gevorderd en begon wild terug te fietsen richting Doniaga, met Dijkstra achter hem aan.

De beide NBS'ers die naar St. Nyk waren geweest, deden nu ook mee aan de klopjacht. Met z'n drieën kregen ze hem in het nauw, de duitser in uiterste nood kon alleen nog op de 'Headammen' het land in vluchten. Een kogel in de nek maakte daar een einde aan het leven van Friedrich Platt.

De beide doden werden zo goed en zo kwaad als het ging verstopt, maar het drama kon niet lang stilgehouden worden. Dezelfde middag zijn de onderduikers, slager Spijkerman en een paar Doniagaaster boeren ondergedoken, want iedereen wist dat Doniaga hier nog niet klaar mee was.

Als eerste werd het lijk van Kootstra gevonden door agent Wagenaar van St. Nyk. Daarmee opweg naar Lemmer kwam hij de SD tegen, welke ontzettend begon op te spelen. De buren -die er nog waren- werden opgetrommeld om de koeien van Schotanus naar buiten te jagen, waarna de boederij in brand geschoten werd.

Maar daarmee was de zaak nog lang niet uitgegeten. Die avond plunderden de duitsers het naast de boerderij gelegen huisje van Rintsje Romkes, die met zijn gezin ondergedoken was bij familie op de Heide. Met hun buit kwamen ze bij de Herberg van Postma aan: 'Aufmachen!'. Met geweren werd er op de deur geramd. Mevrouw Postma moest vlees braden, eieren koken, melk warmmaken en wat niet meer.

Maar erger was dat de volgende ochtend het tweede lijk gevonden werd aan de 'Headammen' en dat bracht opnieuw veel ellende. Hjerre Zonderland, boer aan de 'tramdyk', werd met zijn arbeider Yep Kramer bij de kuilbult weggehaald en in het overhemd naar de 'Headammen' gebracht. Mevrouw Zonderland zou hem nog een jas nabrengen maar ze moest hem zo gaan laten want ze werd door de duitsers beschoten. Er was paniek van beide kanten.

Ondertussen waren er op de 'Headammen' al veel mannen bijelkaar gebracht want alles en iedereen werd aangehouden. Uiteindelijk lieten ze de meesten weer gaan maar Zonderland, Kramer, Haring Agricola en de

St. Nyksters Joh. Postma en Henk Nijholt moesten mee om de koeien van Schotanus te melken. Die middag werden de koeien naar Lemmer gedreven en de mannen kregen gezelschap van nog een handvol doniagaasters: Frâns Postma, Joh. W. de Jong en zijn zoon Jelle, Hepke Hepkema, Joh. Eiling en Jelle de Jong, een broer van mevrouw Schotanus. Eenmaal op de Lemmer werden ze meteen vastgezet. Daar kwam Rintsje Romkes later nog bij die bij zijn onderduikadres was opgepakt. De hele nacht van vrijdag op zaterdag moesten ze om beurten voor verhoor. Ze zaten daar niet lekker, want het was zonder meer duidelijk dat er bloed moest vloeien in Doniaga, het was alleen nog de vraag van wie. Het zou in eerste instantie de bedoeling zijn geweest dat Doniagaasters moesten boeten, maar het kwam anders...

Zaterdagochtend werden alle mannen zomaar vrijgelaten. Wat een opluchting in Doniaga, maar blij konden ze niet zijn. Toen ze de afgebrande boerderij van Schotanus passeerden, zagen ze wat er gaande was.

Twintig mannen van de Wasserschutzpolizei waren op de fiets fan Lemmer naar Doniaga gereizigd, terwijl een vrachtwagen tien gijzelaars uit Crackstate te Heerenveen gebracht had. De gijzelaars werden in twee ploegen van vijf gezet, net voor het puin, en de duitse politie in twee groepen van tien.

In een brief aan Sake Sytstra schreef Klaas Oenes de Jong later:

"Mijn vrouw zag dat er vijf man klaar stonden om doodgeschoten te worden en is toen in het hok gaan zitten om het niet te zien. Zij had wel gehoord dat er verscheidene schoten gelost zijn, als moesten er honderd dood. Toen ik thuis kwam heb ik de mannen zien liggen, de een voorover gevallen, de ander achterover en boven over elkaar heen, het was een vreselijk gezicht."

Niet veel later kwam de bevrijding...

 

 

 

De gedenksteen in de boerderij van Schotanus herinnert de inwoners van Doniaga aan de fusillade op

17 maart 1945 van tien gevangen uit de Heerenveense gevangenis Crackstate.

De slachtoffers waren:

Jelle Boersma 34 jr. Katlijk

Hotse Brouwer 34 jr. Haskerhorne

Wypke Hof 28 jr. Echternerbrug

Jeen Hornstra 44 jr. Wijkel

Yde Yntema 43 jr. Hemelum

Roelof Knol 22 jr. Meppel

Albert Koopman 28 jr. Echten

Thomas Kuurstra 21 jr. Harlingen

Siebe de Ruiter 63 jr. Oudehaske

Dirk de Ruiter 23 jr. Oudehaske

Bron: Dunegea, de skiednis fan in doarp tusken de marren/R. Postma en J. de Jong, Ljouwert

Fryske Akademy, Ljouwert (1987)